Nieuws

21-07-2017

SPAN slaagt voor haalbaarheidstoets

Net als alle andere pensioenfondsen moet Stichting Pensioenfonds Abbott Nederland (SPAN) elk jaar een haalbaarheidstoets uitvoeren. Die toets dient om te kijken of SPAN op koers ligt om de ambitie voor het pensioenresultaat over een periode van 60 jaar te halen. Het fonds is in 2017 opnieuw geslaagd voor die toets.

 

Bij de haalbaarheidstoets gaat het er vooral om in welke mate de koopkracht van de pensioenen kan worden behouden. Met andere woorden: in hoeverre kan het pensioen van onze deelnemers de prijsstijgingen volgen over een periode van 60 jaar. Elk jaar wordt met de toets bekeken of het verwachte pensioenresultaat nog aansluit bij de verwachtingen. De toets meet hoe ons beleid en onze risicohouding uitpakken voor het gemiddelde pensioenresultaat van alle deelnemers op basis van 2.000 economische scenario’s. De systematiek van de berekeningen is voorgeschreven door De Nederlandsche Bank.  

 

Rekening houden met bijzonder karakter Abbott regeling
Als het pensioenresultaat 100% is, dan betekent dit dat het pensioen over 60 jaar naar verwachting volledig alle prijsstijgingen zal bijhouden. De sociale partners binnen Abbott en het bestuur van SPAN hebben bepaald dat zij bij een gemiddelde economische ontwikkeling een ondergrens van 60% acceptabel vinden. Dit heeft te maken met het bijzondere karakter van de pensioenregeling van Abbott. Tot een jaarsalaris van € 59.674 kent Abbott een eindloonregeling. Gedurende de periode dat pensioen wordt opgebouwd, biedt die regeling 100% koopkrachtbehoud omdat het pensioen wordt gebaseerd op het laatstverdiende salaris. In de inactieve periode van een deelnemer ontstaat koopkrachtverlies omdat het fonds geen toeslagenbeleid kent. Voor het salaris boven € 59.674 heeft Abbott een beschikbare premieregeling. Daarvan is het pensioenresultaat afhankelijk van de beleggingsrendementen en de rentestand.

 

Verwacht resultaat boven de ondergrens
In de haalbaarheidstoets van 2017 komt het verwachte pensioenresultaat uit op 79,3% (2016: 80,2%). Dit betekent dat het pensioen van deelnemers naar verwachting bijna 21% aan koopkracht verliest en dit is dus ver boven de gestelde ondergrens van 60%.

 

Maximale negatieve afwijking binnen de marge
Een tweede belangrijke graadmeter is wat de maximale negatieve afwijking van de ondergrens van het pensioenresultaat mag zijn bij een ‘slecht weer scenario’ waarin de economische omstandigheden extreem tegenzitten. De sociale partners en het pensioenfonds hebben bepaald dat de maximale afwijking 30% van het verwachte resultaat mag zijn. Het pensioenresultaat bedraagt in dit scenario 61,1%. Dit vertaalt zich in een maximale afwijking van 22,9% (2016: 19,4%). Zo slagen we ook op dit punt voor de haalbaarheidstoets.